"Niet mensen maar organisaties zijn arbeidsongeschikt" Lees meer...
"Klagen is een keuze" Lees meer...
"Managers zijn veranderverslaafd" Lees meer...
"Organisaties metselen de samenleving dicht" Lees meer...

 

 

 

Uit: Kantoorlog, hoofdstuk 9, Een maatschappij van organisaties

Verraad aan de werknemers

Soms rij ik door ons Nederlandse landschap en dan denk ik: zou er nog ergens een klein stukje grond zijn, misschien ter grootte van een theedoek, waar mensen nog niet gekomen zijn? Onaangeraakt? Zijn er misschien smalle strookjes maagdelijk Holland tussen de wegen, de huizen en de Kantoren door? Niet in een park en ook niet in een ‘recreatiegebied'. Gewoon zomaar. Zoiets kun je je ook afvragen over de Organisatielandkaart. Zijn er nog stukjes samenleving die niet door organisaties zijn opgeslokt? Zijn er wellicht terreinen die vergeten zijn, ter grootte van een bureau, ongereguleerd, tussen de instellingen, bedrijven en Kantoren door? Niet in een ‘kunstenaarsbroedplaats' en ook niet in een gedoogzone. Gewoon zomaar.

Ik vind het een nogal sombere gedachte dat er bijna geen plek meer te verzinnen is waar nog ongerepte chaos en vrijheid is. We leven in een tijd waarin letterlijk elke vierkante millimeter onderwerp is van management en marketing. Ook de openbare ruimte wordt steeds meer ingenomen door organisaties, die overal hun merktekens achterlaten. Een dieptepunt daarvan zag ik tijdens de Kerst van 2004, toen op de Dam in onze hoofdstad de nationale kerstboom grotendeels aan het zicht onttrokken was door het logo van een sponsor. Het winterse ‘chalet' ernaast was een informatiestand van datzelfde bedrijf. De huiskamer van Nederland uitgeleverd als reclamebord door een smakeloos pact tussen gemeente en bedrijfsleven.

Dat wij een samenleving van organisaties zijn, is volgens Peter Drucker ( The new society of organizations, 1992) pas een vanzelfsprekendheid geworden na de Tweede Wereldoorlog. Een typisch Nederlands woord ontstond om de geïnstitutionaliseerdheid van de samenleving aan te duiden: verzuiling. Maar hoewel de zuilen zijn onttakeld is de macht van organisaties niet afgenomen. Integendeel. In een maatschappij waarin individuele vrijheid luidkeels gepropageerd wordt, is de regelzucht van overheden en de invloed van bedrijven almaar groeiende. Organisaties zijn zich steeds meer met individuen aan het bemoeien. Ze hebben een enorme invloed op het leven van mensen en dat is niet altijd wenselijk. Ze hebben grote macht, die steeds groter wordt en het is – dat staat elke dag in de krant – lang niet altijd zeker of hun belangen precies dezelfde zijn als die van de burger, de consument of de belanghebbende. In hun doelgerichtheid dienen organisaties niet altijd de belangen van de samenleving. In hun concurrentievermogen ontwikkelen ze een macht die oncontroleerbaar wordt. En in hun specialisatie vormen ze een kennisknooppunt waar niemand tegenop kan. Organisaties zijn vaak ondemocratisch, ondoorzichtig en onbeheersbaar.

Ook Naomi Klein ( No-Logo , 2000) snijdt dit probleem aan. In hun niet te stuiten zucht naar recordwinsten hebben grote bedrijven massaal de productie naar lage-lonenlanden verplaatst. De arbeidsomstandigheden aldaar zijn huiveringwekkend. En als gevolg daarvan – hoewel de vergelijking eigenlijk ongepast is, zo erkent ook Klein – is het met de kwaliteit van arbeid in het westen al niet beter gesteld. Het succes voor aandeelhouders wordt betaald met massa-ontslagen, grote baanonzekerkheid en een enorme toename van – vaak vrij geestdodend - werk in de dienstverlening (vooral horeca, detailhandel en eenvoudig administratief werk, zoals klantenservice) en in de uitzendbranche. Het psychologische contract tussen werkgevers en werknemers is op losse schroeven komen te staan. Joanna Ciulla ( The working life , 2000) noemt dit het verraad van de organisatie. Het sterkst doen deze effecten zich voor in het bedrijfsleven, maar hebben we niet jaren gekend waarin ook non-profitorganisaties en overheden ‘bedrijfsmatiger' moesten leren werken? De meeste werknemers zijn kostenpost, en dat weten ze.